Rondetafelgesprek De toekomst van de visserij

Afgelopen woensdag vond in de Tweede kamer een rondetafelgesprek plaats over de toekomst van de Nederlandse visserij.

In drie blokken mochten in totaal 9 personen hun mening geven, waarbij in de verschillende blokken NGO’s, wetenschappers en visserijvertegenwoordigers hun zegje konden doen.

Vanuit de milieuclubs was het mantra niet verrassend. Hoewel de visserijsector al decennia inspeelt op maatschappelijke en ecologische veranderingen waarbij er duidelijk sprake is van een enorme afname van de visserijvloten rond de Noordzee was de boodschap van Stichting de Noordzee: “de visserij moet niet blijven doen wat ze altijd al deed”.

Op vragen hoe de milieuclubs denken over de massale uitrol van wind op zee kwamen zalvende woorden; “negatieve aspecten zijn nog niet aangetoond………..”

Vanuit de visserijsector werd gewezen op wat er allemaal aangepast is. De visserij zit niet stil, speelt in op gewijzigde omstandigheden en wil graag mogelijkheden krijgen om verder te gaan met innovaties. Blokkerende regelgeving moet daarop aangepast worden.

Daarnaast is ruimtegebrek een belangrijk issue en we kunnen het ons niet veroorloven dat het allemaal en – en – en blijft. Natuur en Wind op zee moeten veel meer in elkaar geschoven worden; meervoudig gebruik zal de maat moeten worden.

De meest interessante bijdragen kwamen vanuit de wetenschap. De zojuist teruggetreden professor Jaap van der Meer hield de Kamerleden voor dat de Nederlandse overheid zich door bepaalde rapporten in een moeras manoeuvreert.

Als voorbeeld werd het rapport over de staat van de Waddenzee genoemd. Daarin staan 40 indicatoren en bij de beoordeling wordt aangegeven dat al deze 40 indicatoren het meest gunstig moeten zijn als in de afgelopen jaren een keertje vastgesteld is. Kortom; de meetlat wordt voor alle indicatoren op het hoogste niveau gelegd.

Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat de kans dat zoiets aan de orde is vrijwel nihil is. Maar om dan te roepen dat het slecht gaat met de Waddenzee is een gotspe!

Iets dergelijks zien we ook in andere situaties. Velen; wetenschappers, beleidsmakers en politici roepen in koor: “in Nederland staat de natuur op omvallen” of “de Noordzee staat er (heel) slecht voor”.

Maar het heeft alles te maken met de vraag; wat zijn je parameters, zijn die realistisch en veel eerder moet de vraag beantwoord worden; wat wil ik beschermen, waarom wil ik dat en hoe zou dat dan moeten?

Het sluiten van gebieden wordt vaak als de oplossing gezien maar prof. van der Meer maakte duidelijk dat het zeer de vraag is of dat wel de geëigende weg is. Vaak is dat niet het geval, zeker waar bodemstructuren heel dynamisch zijn.

De professor zorgde ook nog voor verbouwereerde Kamerleden toen hij zei dat recent door het ministerie beantwoorde Kamervragen over toegepaste meetmethodes om natuurontwikkelingen te monitoren een heel hoog “met kluitje in het riet gestuurd gehalte” lieten zien.

De moeite waard om te lezen hieronder de link naar een artikel in De Telegraaf van vandaag:

Telegraaf-2026-05-28 Ecologische horrorverhalen over Wadden- en Noordzee waar met bulldozers overheen is geraasd doorgeprikt Meer nuance nodig.pdf

En hier de link naar het door prof. van der Meer ingediende position paper:

VisNed-2026-05-21 Position paper J. van der Meer WMR t.b.v. rondetafelgesprek De toekomst van de visserij in Nederland d.d. 27 mei 2026.pdf

Uiteraard zullen wij deze informatie gebruiken in gesprekken over de ecologisch staat van onze viswateren.