Opnieuw aandacht voor registratie discards

Binnen de CVO, het overleg van PO’s over de marktwerking en het MSC, is opnieuw gesproken over de registratie van de discards.

In de Nederlandse visserij op demersale bestanden komen namelijk geregeld duidelijke verschillen voor tussen de door de vloot geregistreerde discards en de data die wordt gevonden in monitoringprogramma’s, zelfbemonstering, onderzoekstrajecten of (last haul)-inspecties.

Die verschillen voedt het beeld dat de sector haar ongewenste vangsten niet goed in beeld heeft of onvoldoende registreert. Dit schaadt het vertrouwen in de sector en verzwakt de positie van de visserij in discussies over beheer, uitzonderingen op de aanlandplicht en duurzame (MSC)certificering.

Tegelijk is duidelijk dat discards in de praktijk niet volledig te voorkomen zijn in de gemengde demersale visserijen. De Europese Commissie erkent dat de aanlandplicht bedoeld is om ongewenste vangsten te verminderen en selectiever te vissen, maar ook dat uitzonderingen nodig blijven.

Juist daarom is geloofwaardige registratie van discards essentieel: alleen dan kan de sector aantonen wat er werkelijk gebeurt en waarom bepaalde uitzonderingen noodzakelijk blijven.

We erkennen dat de visserman in dit verband aanloopt tegen meerdere moeilijkheden:

  • Complexe regelgeving en uitzonderingen; waardoor het voor schipper en bemanning niet altijd eenvoudig is om direct te bepalen wat moet worden aangeland, wat mag worden teruggezet en wat precies moet worden geregistreerd.
  • Praktische uitvoerbaarheid aan boord; omdat discardregistratie onder tijdsdruk gebeurt en aan boord hebben veiligheid en het sorteren/verwerken van de vangst altijd voorrang. Dat maakt nauwkeurige inschatting van soorten en hoeveelheden in de teruggooi lastig, zeker in gemengde vangsten. Wel kan dit bij constatering een sanctie en/of strafpunten opleveren.
  • Terughoudendheid in juist registreren; omdat veel vissers vrezen dat registratie van ondermaatse of ongewenste vis later tegen hen wordt gebruikt, bijvoorbeeld in handhaving, beleidsdiscussies of certificering. Daardoor ontstaat een neiging om niet te registreren.
  • Verschillen tussen logboeken, onderzoek en inspecties; de door vissers geregistreerde discards wijken geregeld af van wat wordt gevonden in zelfbemonstering, waarnemersprogramma’s of inspecties, wat leidt tot discussie over de betrouwbaarheid van de sectorgegevens en schaadt de geloofwaardigheid van de visserij. Mede om deze reden wil de EU camera’s aan boord uitrollen in visserijen die als hoog risico zijn aangemerkt.

Voor vissers is de directe meerwaarde van betere discardregistratie vaak onvoldoende zichtbaar, terwijl de risico’s groot kunnen zijn. Discardregistratie wordt vooral gezien als administratieve last of controlemiddel.

Maar de visserij is goede registratie juist nodig om uitzonderingen op de Aanlandplicht te onderbouwen en MSC-certificering en markttoegang te beschermen.

Naast de wettelijke verplichting tot registratie in het E-logboek doen ook de PO’s een beroep op de vloot om serieuzer met dit element om te gaan en naast de aan boord gehouden vangsten ook een schatting van de teruggezette discards te noteren.

Dit geldt voor alle soorten, ongeacht of deze wel of niet onder de aanlandplicht vallen. Hierbij moeten de volgende codes worden gebruikt:

HSV (hoge overleving), DIM (de-minimis) of PRO (verboden soort).

Vis die als BMS wordt aangevoerd mag niet voor menselijke consumptie in de handel gebracht worden, moet afgevoerd worden voor dierlijke voeding/vismeel.

Als er vragen zijn over het hoe en waarom, weet ons te vinden.