URK – De overheid heeft onrechtmatig gehandeld door van vissers met een SW5-diploma vanaf 2023 zware en dure trainingen te eisen bij vernieuwing van hun vaarbevoegdheidsbewijzen.
De rechtbank Midden-Nederland heeft een beroep van de Urker schipper Tromp Post gegrond verklaard. Post had verlenging van zijn vaarbevoegdheidsbewijs aangevraagd, en liet vervolgens zijn diploma onder protest afwaarderen toen hij ervoor koos de trainingen niet te doen. Ondersteund door de VisNed/PO-Urk maakte Post er een rechtszaak van tegen de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
,,Voor eiser betekent dit concreet dat de minister opnieuw moet beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor de vernieuwing van zijn vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies schipper zeevisvaart op vaartuigen tot 60 meter en stuurman-werktuigkundige. Daarbij mag de minister eiser dus niet vragen om de certificaten brandbestrijding en reddingsmiddelen te overleggen’’, aldus de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht in haar vonnis.
,,Een klinkende overwinning!’’, reageert Geert Meun (VisNed/PO-Urk). VisNed/PO-Urk procedeert al jarenlang tegen de zware trainingscertificaten die in 2019 op grond van aangepaste wet- en regelgeving door het ministerie ineens verplicht werden bij verlenging van het vaarbevoegdheidsbewijs.
Insiders schatten dat circa driehonderd Nederlandse vissers met een SW5-diploma de afgelopen vijf jaar onnodig tijd, energie en geld hebben moeten steken in de trainingscertificaten brandbestrijding voor gevorderden (Advanced Fire Fighting, AFF) en reddingmiddelen (PSCRB). Inclusief meerdere weken visverlet liepen de kosten per visser op tot 8.000 euro, zo werd voor de rechtbank onweersproken betoogd. Trainingskosten werden deels gesubsidieerd, maar de verletkosten niet. Wat juridisch adviseur Fokko Snoek (Quality Sailing) betreft is er alle reden tot een schadeclaim die kan oplopen tot enkele miljoenen euro’s.
Voor vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie schipper zeevisvaart tot 60 meter bestond onder de oude wetgeving geen wettelijke verplichting om de certificaten AFF en PSCRB te overleggen. De rechtbank is heel stellig: de weigering van ILT om dat vaarbevoegdheidsbewijs af te geven was dus onrechtmatig.
Intussen is er vorig jaar juli nieuwe wetgeving van kracht geworden en moeten schippers tot 60 meter wél in het bezit zijn van de certificaten AFF en PSCRB. Tromp Post valt nog onder de oude wetgeving.
VisNed/PO-Urk is inmiddels een vervolgprocedure gestart over de nieuwe wetgeving (en het ontbreken daarin van een motivatie om de zware trainingen te verplichten bij verlenging van het vaarbevoegdheidsbewijs), met als voorbeeld schipper Jan Koffeman (UK 284), die na juli 2025 vernieuwing van zijn vaarbevoegdheidsbewijs heeft aangevraagd.
Voor vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie stuurman/werktuigkundige bestond de verplichting tot het volgen van de trainingen AFF en PSCRB al wél in de oude wetgeving. Maar de rechtbank oordeelt dat dit voor Tromp Post een onredelijk zware eis was, ook gelet op de financiën. De Urker visser vaart namelijk alleen op schepen korter dan 45 meter, terwijl op vaartuigen tot die lengte de apparatuur en reddingsmiddelen waarmee in de trainingen geoefend moet worden niet eens aanwezig zijn. Bovendien wordt bij de training basisveiligheid, die iedere visser verplicht moet volgen, ook al aandacht besteed aan brandbestrijding en reddingmiddelen op vissersschepen.
Geert Meun wijst er op dat in feite alle kottervissers op vaartuigen kleiner dan 45 meter varen en dus dat hun situatie vergelijkbaar is met die van Tromp Post.
|
Geert Meun: ,,Omdat de rechtbank heeft bepaald dat het in het algemeen niet redelijk is om van vissers te eisen dat zij zulke dure trainingen volgen voor zaken waarmee zij aan boord nooit te maken zullen hebben, kan deze uitspraak gevolgen hebben voor alle vissers. Op 1 juli 2025 is namelijk nieuwe wetgeving van kracht geworden, waarin de verplichting tot het volgen van deze trainingen wél is opgenomen. De kans bestaat dat de rechtbank die verplichting in de nieuwe wetgeving net zo onredelijk zwaar zal vinden als in de oude wetgeving en daarom de betreffende bepalingen buiten werking zal stellen. Inmiddels is een andere Urker visser, opnieuw ondersteund door VisNed/PO-Urk, een nieuwe procedure begonnen om hierover duidelijkheid te krijgen. Mocht de rechtbank in die zaak tot dezelfde conclusie komen, dan is het niet onwaarschijnlijk dat veel vissers die duizenden euro’s aan niet verplichte trainingen hebben uitgeven zullen proberen deze kosten op ILT te verhalen.’’ |