De hoogste bestuursrechter Raad van State heeft woensdag bepaald dat de toenmalige minister van Landbouw en Visserij tussen 2019 en 2021 op basis van Europese regelgeving de pulsvisvergunningen op rechtmatige wijze heeft ingetrokken. Door het ongegrond verklaren van onze bezwaren komt een eind aan een jarenlange juridische procedure. Wel hebben vissers mogelijk recht op nadeelcompensatie en de LVVN moet naar dat soort verzoeken gaan kijken, maar LVVN moet daarvoor eerst een beleidsregel afkondigen.
Namens drie groepen pulsvissers is in 2021 een juridische procedure opgestart. Eerst in bezwaar bij de RVO gevolgd door een beroep bij de rechtbank en uiteindelijk het oordeel vragen van de Raad van State.
In het kort heeft de Raad van State (RvS) als volgt geoordeeld:
- De RvS is het eens met de overwegingen en oordelen van de rechtbank en voegt daaraan toe dat er verschillen waren tussen de groepen pulsvissers, zoals bijvoorbeeld dat voor groep 2 specifiek gold dat pulsvissen in het kader van wetenschappelijk onderzoek werd toegestaan. De toestemmingen zijn op andere grondslagen en voor andere doelen verleend. Daarom mocht de minister ook onderscheid maken bij de intrekking. Dat is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of het beginsel van verdeling van schaarse vergunningen.
- De RvS overweegt dat het Reglement zee en kustvisserij in lijn met EU-recht dient te worden uitgelegd en dat dit voldoende basis is om de pulstoestemmingen in te trekken. Hierbij geldt ook dat de minister het uiterste heeft gedaan door het verbod op puls voor te leggen aan het Europese Hof dat geconcludeerd heeft dat het besluit tot het pulsverbod door de EU rechtmatig genomen is.
- De RvS oordeelt dat het niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel dat (in de andere zaak) de minister al een beslissing had genomen op een verzoek om nadeelcompensatie door te besluiten dit op een later tijdstip te beslissen. Wel herhaalt de RVS de toezegging van de minister op de zitting dat naar verzoeken om nadeelcompensatie nog zal worden gekeken.
- De RvS oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden en dat elk bedrijf daarvoor een vergoeding ontvangt van €750,-. In totaal gaat het om tienduizenden euros.
Bovenstaande betekent dat er voor de LVVN-minister geen reden is om nu direct schadebedragen uit te keren. Wel moet de minister bekijken of en welke pulskorvissers in aanmerking komen voor zogenoemde nadeelcompensatie.
Dat is een compensatie voor een voor veel vissers onvoorziene beleidswijziging, zoals het pulskorverbod, die daardoor buitensporig hard worden geraakt. Daarvoor moet de minister eerst beleid maken.
Het zal sowieso lastig worden om per bedrijf directe financiële schade aan te tonen, omdat een hoop vissers, ondanks het verlies van de pulsontheffing, toch al de investering in het pulstuig terugverdiend hadden en bij het aflopen van de pulstoestemming kon worden overgestapt naar andere vismethoden.
Conclusie
Met deze uitkomst moesten we, gezien ook de eerdere uitspraak van de rechtbank, nadrukkelijk rekening houden, dus deze is niet verrassend maar het blijft natuurlijk jammer en onrechtvaardig dat pulsvisserij op deze manier beëindigd moest worden.
Nu alle juridische mogelijkheden uitgeput zijn, rest niets anders dan het boek Puls te sluiten. Veel betrokken vissers hebben dit ook al gedaan, voor een belangrijk deel zelfs inmiddels afscheid genomen van de visserij door in 2023 gebruik te maken van de sanering
Wat betreft het onderdeel nadeelcompensatie zullen we de ontwikkelingen rondom het beleid in de gaten houden. Het zal dan waarschijnlijk gaan om vissers die aantoonbaar veel financiële schade hebben geleden door de intrekking van de pulstoestemming ten opzichte van andere vissers.
Geprobeerd wordt het bedrag voor de overschrijding redelijke termijn juist vastgesteld te krijgen en dan kan dat bedrag naar rato verdeeld worden onder de organisaties.
Bovenstaande laat natuurlijk onverlet dat toestemming Pulsvisserij heel nadrukkelijk op de politieke agenda terug moet keren. De huidige situatie maakt dat alleen maar urgenter.